Grondwettelijk Hof: Omwonenden kunnen registratie van gebouwen als ‘vergund geacht’ aanvechten zonder constant het register te moeten controleren
Het Grondwettelijk Hof heeft in zijn arrest nr. 109/2024 van 3 oktober 2024 geoordeeld over het beroep tot vernietiging van artikel 4.8.11, § 2, 2°, b) van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), dat was ingesteld door Margot Van Reck en Jan Gheysens. Dit beroep betrof de termijn voor het instellen van beroep tegen registratiebeslissingen van constructies in het vergunningenregister (“geacht vergund te zijn”).
Context
De verzoekende partijen woonden naast een perceel met een constructie die onderwerp was van een registratieaanvraag als “vergund geacht.” Omdat er geen openbaar onderzoek of bekendmaking van de registratiebeslissing was, vreesden ze dat ze niet tijdig op de hoogte zouden zijn van de beslissing en hierdoor geen beroep zouden kunnen instellen binnen de 45 dagen termijn, zoals bepaald in de VCRO. Ze stelden dat deze bepaling hun recht op toegang tot de rechter (zoals vastgelegd in artikel 13 van de Grondwet, artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 9 van het Verdrag van Aarhus) schond.
Het arrest van het Hof
Het Hof had in een eerder arrest, in het kader van een prejudiciële vraag (nr. 140/2023), al geoordeeld dat artikel 4.8.11, § 2, 2°, b) van de VCRO strijdig was met de grondwettelijke rechten. Deze bepaling stelde dat de termijn voor een derde-belanghebbende om beroep in te stellen inging de dag na de opname van de constructie in het vergunningenregister, zonder enige vorm van bekendmaking. Dit creëerde volgens het Hof een ongelijkheid in behandeling tussen personen die beroep wilden aantekenen tegen registratiebeslissingen en diegene die dit wilden doen tegen omgevingsvergunningen, waarbij wel een bekendmaking via aanplakking vereist is.
Het Hof oordeelde dat het verschil in behandeling geen redelijke verantwoording had, aangezien een derde-belanghebbende redelijkerwijs niet voortdurend het vergunningenregister kan controleren om op de hoogte te blijven van dergelijke registraties.
Beslissing
Het Hof vernietigt artikel 4.8.11, § 2, 2°, b) van de VCRO omdat het de rechten van derde-belanghebbenden op onevenredige wijze beperkt, waardoor de toegang tot een rechter werd bemoeilijkt. Het arrest benadrukt dat de decreetgever andere vormen van bekendmaking en termijnregelingen moet voorzien die enerzijds de aanvrager rechtszekerheid bieden en anderzijds de rechten van omwonenden en belanghebbenden waarborgen.
=> Concreet is het dus vaak niet te laat om een dergelijke registratie als derde te kunnen aanvechten. Contacteer Laurent Delmotte of Bart Van Hyfte indien u hieromtrent vragen heeft





