Overheidsaansprakelijkheid: Cassatie oordeelt dat niet elke onwettigheid begaan door een administratieve overheid automatisch een fout uitmaakt.
Het Hof van Cassatie heef in een arrest nr. C.24.0071.F van 26 september 2024 het beroep dat werd ingesteld door de BVBA SEGA-BOIS tegen het arrest van 14 september 2023 van het Hof van Beroep van Brussel afgewezen. Het geschil betrof deze houtbewerkingsonderneming en de Waals-Brabantse gemeente Grez-Doiceau, evenals haar burgemeester, met betrekking tot de toepassing van het gemeentelijk reglement van 16 december 2014 betreffende de bescherming van de natuur, het kappen en de bescherming van bomen en hagen.
De feiten en bestreden vonnissen:
In 2014 stelde de gemeente Grez-Doiceau een reglement vast dat een voorafgaande vergunning oplegde voor het kappen van bomen op haar grondgebied. In hetzelfde jaar vaardigde de gemeente een stakingsbevel uit tegen de eiseres om de kapwerkzaamheden stil te leggen. In 2015 werd er een proces-verbaal van overtreding opgemaakt tegen de BVBA SEGA-BOIS.
In 2018 vroeg de eiseres een schadevergoeding voor de schade die zij had geleden door de onderbreking van de werkzaamheden en betwistte zij de wettigheid het stakingsbevel. In 2020 erkende de eerste rechter deels de gegrondheid van het verzoek van BVBA SEGA-BOIS met betrekking tot bepaalde werkzaamheden, maar wees hij de vordering af voor andere betwiste percelen. Hij oordeelde dat de gemeente geen fout had gemaakt bij de toepassing van het gemeentelijk reglement. In 2023 volgde het Hof van Beroep het oordeel van de eerste rechter en voegde het eraan toe dat, ondanks de onwettigheid van het gemeentelijke reglement (het ging verder dan de wettelijke machtiging door de bosbouwexploitatie te reguleren, wat wordt uitgesloten door artikel 1, lid 2 van de wet op het natuurbehoud van 12 juli 1973), de gemeente geen fout had begaan bij de toepassing van dit reglement, omdat de onwettigheid op het moment van de feiten niet manifest was. De schadevergoeding werd dan ook niet toegekend door de appelrechter.
Volgens de eiseres had de gemeente als administratieve overheid een fout begaan door een onwettig gemeentelijk reglement toe te passen, wat een schending van de artikelen 1382 en 1383 van het oude Burgerlijk Wetboek en artikel 159 van de Grondwet zou uitmaken. Het was namelijk op basis van dit onwettig reglement dat de gemeente het stekingsbevel had uitgevaardigd.
Beslissing van het Hof van Cassatie: Het Hof van Cassatie bevestigt dat de schending van een wettelijke of reglementaire norm niet noodzakelijkerwijs een fout van de administratieve overheid uitmaakt. Er moet hiervoor een verplichting zijn in de norm ten aanzien van de administratieve overheid om zich te onthouden of om haar een bepaald gedrag op te leggen.
In dit geval had de gemeente een gemeentelijk reglement toegepast dat van kracht was, waarvan de onwettigheid op het moment van de toepassing niet manifest was. Daarom heeft de gemeente geen fout begaan door zich op dit reglement te baseren, zelfs al werd het later als onwettig beschouwd.
Conclusie: Het Hof van Cassatie wijst het cassatieberoep dus af, waarbij wordt benadrukt dat wanneer aan de administratieve overheid wordt verweten dat zij een onwettig reglement heeft toegepast, haar gedrag moet worden beoordeeld aan de hand van wat een normale, zorgvuldige en voorzichtige overheid in gelijkaardige omstandigheden zou doen, en dat, aangezien de onwettigheid niet manifest was, de toepassing die werd gemaakt van het reglement geen fout uitmaakt.
Artikel 6.6 van Boek 6 van het burgerlijk Wetboek, dat vanaf 1 Januari in werking treedt, definieert de fout als volgt: “De fout bestaat uit de schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt of van de algemene zorgvuldigheidsnorm die geldt in het maatschappelijk verkeer.”
Heeft u vragen over dit arrest of over overheidsaansprakelijkheid? Neem dan contact op met Laurent Delmotte of Bart Van Hyfte





