De onteigening van openbaar nut

Om hun opdracht van openbaar nut te vervullen, moeten de overheden (Staten, Gewesten, Gemeentes, OCMS, transportmaatschappijen, …) regelmatig projecten ontwikkelen die de aankoop vereisen van onroerende goederen, bijvoorbeeld een volledig of gedeeltelijk perceel, een onroerend goed of een ondergrond.

Indien de eigenaar weigert om vrijwillig het goed over te dragen dat noodzakelijk is voor de realisatie van het beoogde project, hebben de overheden wettelijk het recht om een beroep te doen op de onteigening van openbaar nut.

De onteigening bestaat dus uit de gedwongen toe-eigening door een overheid van een onroerend goed voor een reden van openbaar nut. Zij doet afbreuk aan het eigendomsrecht dat moet teniet gedaan worden in het algemeen belang.

De wetteksten in verband met de onteigening zijn voor het merendeel in onbruik geraakt.

In de praktijk was nog één enkele tekst van toepassing, namelijk de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. Deze tekst wordt vaak bekritiseerd, gelet op de snelheid van de procedure die, enerzijds, weinig ruimte biedt voor de onteigende om zijn rechten te verdedigen op de zitting ter plaatse, die vaak gehouden wordt in een zeer oncomfortabel kader – in de kou, in de modder of in de regen – en anderzijds de magistraat ertoe verplicht om zijn vonnis uit te spreken binnen een zeer korte termijn van 48 uur.

Sinds de zesde Staatshervorming, zijn de gewesten bovendien bevoegd om de gerechtelijke procedure te bepalen in geval van onteigening van openbaar nut van een goed gelegen in het betreffende gewest, mits een gepaste en voorafgaande vergoeding zoals vermeld in artikel 16 van de Grondwet.

Het was dus tijd om de onteigeningsprocedure te herzien.

In deze context, in navolging van het Vlaams Gewest waarvan het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, (B.S. 25 april 2017) in werking is getreden op 1 januari 2018, heeft het Waals Gewest het decreet van 22 november 2018 betreffende de onteigeningsprocedure aangenomen (B.S.. 18 december 2018).

Dit decreet, dat in werking is getreden op 1 juli 2019, bepaalt de administratieve fase van de onteigening die in detail alle stappen vermeldt die genomen moeten worden vanaf de samenstelling van het dossier van de onteigeningsaanvraag, hetgeen volledig nieuw is in vergelijking met de wet uit 1962, en vervolgens de gerechtelijke fase die de procedure uiteenzet voor de rechtbank van eerste aanleg.

De wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte wordt evenwel nog steeds toegepast, aangezien de Belgische Staat deze wetgeving niet gemoderniseerd heeft en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar discussies thans nog steeds lopende zijn.

Resolved Advocaten adviseert, staat bij en verdedigt zowel de overheden, van bij de uitwerking van de dossiers van onteigeningsaanvragen tot de minnelijke onderhandelingen, in het stadium van de administratieve fase, tot het einde van de gerechtelijke procedure, als de onteigende personen in de verdediging van hun rechten en de onderhandeling van de onteigeningsvergoedingen.

 

Voor meer info, contacteer: Marie-Cécile FLAMENT mcf@resolved.law www.resolved.law

Publiek en administratief recht

De advocaten van RESOLVED staan overheden en private organisaties/personen bij op het vlak van het voorbereiden, het verdedigen en het betwisten van beslissingen van overheden.

Immobiliënrecht

De advocaten van RESOLVED beschikken over een ruime ervaring op het vlak van het immobiliënrecht, met een bijzondere focus op de interactie tussen de burgerlijke

Overheidsopdrachten

De advocaten van RESOLVED geven advies aan de aanbestedende overheden omtrent  de keuze van de gunningswijze en de redactie van de opdrachtdocumenten. Dit advies heeft

Financieel recht

Sinds meer dan 20 jaar staan de advocaten van RESOLVED hun clienten bij op het vlak van het financieel- en het bankrecht, met name inzake